De Virtuele Haven

Interview in Friends in Business, september 2000


 


Internet Next Generation is de naam van de nieuwe generatie Internet, een breedbandige technologie die binnen twee jaar beschikbaar is. Het ministerie van Economische zaken stimuleert de technologie middels het project Gigaport. De haven van Rotterdam zou haar reputatie geweld aandoen als ze tegen die tijd niet, al was het maar deels en wellicht nog experimenteel, op de nieuwe techonologie was voorbereid. Vandaar dat begin juni het project ‘Virtuele Haven’ van start is gegaan. Port CommunITy Rotterdam, het overslagbedrijf ECT, automatiseerder CMG en de bank ABN AMRO hebben hiermee het initiatief genomen voor een, door de Erasmus Universiteit en het Telematica Instituut Twente ondersteund, uitgebreid onderzoek naar de kansen van de nieuwe Internet-technologie voor de Rotterdamse haven.

‘We willen de haven van Rotterdam optimaal laten profiteren van de voordelen van de nieuwe Internet-generatie,’ zegt drs. Hedda M. van Raalte, die door Port CommunITy Rotterdam is aangesteld als projectmanager van ‘Virtuele Haven’. De als econoom geschoolde Van Raalte had al een loopbaan in de Rotterdamse haven achter de rug – onder meer bij Nedlloyd – toen ze zich enkele jaren geleden als zelfstandig organisatieadviseur vestigde, gespecialiseerd in processen op het raakvlak van logistiek en informatica.
Port CommunITy Rotterdam, kantoor houdend op de zevende verdieping van het Vopakgebouw aan de rand van het Park en de oever van de Nieuwe Maas, is een stichting die in 1996 is opgericht en wordt bestuurd door het Gemeentelijk Havenbedrijf, de Douane en het door de SVZ vertegenwoordigde Rotterdamse bedrijfsleven. Het doel van de stichting is het stimuleren van informatieuitwisseling tussen bedrijven, zodat Rotterdam in alle opzichten een haven blijft waarin het prettig binnenvaren is en men efficiënt zaken kan doen. Dat betekent dat de informatietechnologie waarmee in wereldhaven nummer één wordt gewerkt zoveel mogelijk state-of-the-art moet zijn, de laatste ontwikkelingen volgend.

Informatie

In een sterk concurrerende omgeving wordt elektronische berichtenuitwisseling voor de Rotterdamse haven met de dag belangrijker. Het is de enige manier om de snel groeiende goederenstroom en de steeds ingewikkelder logistieke ketens in goede banen te leiden. De 20.000 midden- en kleinbedrijven in de Rotterdamse haven ontbreekt het echter vaak aan de tijd, kennis en capaciteit om te investeren in nieuwe technologieën. Toch zijn deze bedrijven onmisbare schakels voor het realiseren van de ‘informatiehaven’, waarmee Rotterdam haar leidende havenpositie in Europa kan handhaven.
Vandaar dat Port CommunITy Rotterdam onder meer als doel heeft de informatie-uitwisseling bij bedrijfsoverschrijdende processen te stimuleren. ‘Over het algemeen blijken de bedrijven in de Rotterdamse haven binnen hun eigen omgeving de automatisering wel voor elkaar te hebben, maar er doen zich haperingen voor zodra het aankomt op communicatie tussen de bedrijven onderling,’ zegt Hedda van Raalte. ‘Ze hebben daar individueel meestal weinig geld voor over. De rol van Port CommunITy Rotterdam is dan het faciliteren en stimuleren van projecten waardoor die communicatie toch tot stand komt.’

Enkele producten die Port CommunITy Rotterdam in de drie jaar van haar bestaan al heeft voortgebracht zijn de Cargocard – die de identificatie vereenvoudigt van chauffeurs die zich bij de containerterminals melden – en EDI-land, waarvan Hedda van Raalte ook projectmanager is geweest. ‘EDI-land is opgezet om de informatie-uitwisseling voor het transport van maritieme containers naar het achterland van de Rotterdamse haven te standaardiseren,’ legt de projectmanager uit. ‘Het gaat dan om communicatie tussen de diepzeerederijen en de vervoerders naar het achterland, de weg- en spoortransporteurs en de binnenvaart. De communicatieketen wordt gesloten door de terminals in het achterland. Het is een heel proces geweest om de daarbij benodigde berichten te standaardiseren en vast te leggen in een handboek. De functionele en technische specificaties zijn nu te downloaden van onze Internetsite. Een aantal partijen maakt er al gebruik van en het is de bedoeling dat zich dat verder uitbreidt.’

Hedda van Raalte: ‘We merkten dat de rederijen en de grote terminals wel berichten kunnen versturen maar dat een wegtransporteur vaak zelf geen systeem heeft en dus aan iets vervangends moest worden geholpen. Hiervoor hebben we een Webapplicatie
W@VE (Webapplicatie electronische voormelding) gemaakt. Wanneer die transporteur zich nu aanlogt op het Internet kan hij een formulier ophalen, waarop zijn transportopdracht staat. Hij hoeft dan alleen maar het tijdstip in te vullen, waarop hij verwacht de container af te leveren of komt ophalen. Daarmee is een voormelding gedaan, die er bij de terminal uitkomt als een elektronisch bericht dat meteen in het eigen planningsysteem kan worden geïntegreerd. In aansluiting hierop is er een ander lopend project van Port CommunITy Rotterdam: het mobiel voormelden van containers bij terminals (MobiEDIc). Nu kan de chauffeur de informatie van W@VE nog vanuit de truck aanpassen via zijn mobiele telefoon als het nodig is (bijvoorbeeld hij staat in een file en haalt het voorgemelde tijdstip niet.’


En nu dan het project ‘Virtuele Haven’, op gang gebracht door de in aankomst zijnde nieuwe Internet-generatie. De Nederlandse overheid heeft grote verwachtingen van dit breedbandige netwerk en wil ons land internationaal op de kaart zetten als koploper in de verdere ontwikkeling van GigaPort voor onder meer e-commerce en m-commerce. Het ministerie van Economische Zaken stimuleert GigaPort dan ook met een investering van 122 miljoen in het kabelnetwerk en nog eens zo’n 23 miljoen voor de applicaties die gebruik maken van het netwerk. Het is de bedoeling dat met de applicaties zoveel mogelijk projecten worden opgezet, die gebruik kunnen maken van de nieuwe infrastructuur. Die projecten krijgen de Gigaport-projectstatus. Ook voor ‘Virtuele Haven’ is die status hoogstwaarschijnlijk weggelegd.

‘Het huidige Internet is eigenlijk ontwikkeld voor consumenten onderling,’ zo legt Hedda van Raalte het ontstaan van GigaPort uit. ‘Als ik naar u een e-mailtje wil sturen is het niet zo erg wanneer mijn groet u niet om drie uur vanmiddag bereikt maar pas om vijf uur. Sterker nog: als mijn groet u toevallig helemaal niét bereikt is er nog niets ernstigs aan de hand. De wereld vergaat dan niet. Maar op de zakelijke markt is het wel degelijk van belang dat een bericht áánkomt als je het verstuurt. Die zekerheid heb je met het huidige Internet nog niet, of je moet een afspraak gemaakt hebben, dat er meteen een bericht van ontvangst wordt teruggestuurd. Een tweede negatief punt van het huidige Internet is dat het vrij gemakkelijk is om berichten van anderen te onderscheppen. Vandaar dat partijen bilateraal afspraken zijn gaan maken hoe ze met beveiliging omgaan. Maar je hebt in de havenwereld nu eenmaal te maken met een helebóel relaties – met rederijen, cargadoors, stuwadoors, transporteurs, terminals, noem maar op. Dat betekent dat er ook een hele reeks van afspraken nodig is om veilig via het Internet te kunnen communiceren.’

De nieuwe generatie Internet is er echter mede op gericht dat de beveiliging in de netwerkinfrastructuur kan worden ingebouwd. Bovendien is er zekerheid over de aankomst van de berichten.
Van Raalte: ‘Bij het project ‘Virtuele Haven’ gaan we bekijken hoe we de beveiliging en zekerheden op een gestandaardiseerde manier in het nieuwe Internet kunnen integreren. Het nieuwe netwerk is ook veel beter dan het huidige geschikt voor het transport van videobeelden en spraak. Het biedt zo de mogelijkheid om partijen met geringe investering deel te laten nemen aan het EDI-berichtenverkeer dat momenteel via de traditionele netwerken verloopt.’

De projectdeelnemers van ‘Virtuele Haven’ gaan het GigaPort-netwerk vanaf eind dit jaar gebruiken om de nieuwe technologieën in de praktijk te testen. Van de concrete resultaten worden de belanghebbenden in de Rotterdamse haven voortdurend op de hoogte gehouden, zodat ze er hun voordeel mee kunnen doen in lopende en op stapel staande projecten. Behalve het mobiele voormelden van containers bij terminals is dat ook de ontwikkeling van webapplicaties voor informatie-uitwisseling tussen spooroperators. Voorts staan de elektronische verificatie van financiële transacties en een neutraal platform voor de papierloze overdracht van handelsdocumenten op de projectenlijst van ‘Virtuele Haven’.

Showcases


‘Dit hele project loopt een á twee jaar,’ zegt Hedda Van Raalte, ‘maar we willen niet dat er pas na twee jaar resultaten beschikbaar zijn. Vandaar dat er parallel aan het project ‘Virtuele Haven’ die paar toepassingen lopen, die we gebruik willen laten maken van de nieuwe infrastructuur. Daarmee kunnen we ook werkelijk aan het bedrijfsleven laten zien hoe het werkt.’
Alle negen maanden – de eerste keer in maart of april 2001 – wil de projectgroep ‘Virtuele Haven’ sessies houden, waarin men met showcases komt. De onderwerpen ervan moeten echter nog worden bepaald. Hedda van Raalte geeft het voorbeeld van het elektronisch aangifte doen bij de Douane: hoe gaat het nu en hoe kan het zo meteen met gebruik van de nieuwe Internet-technologie.

Op de veronderstelling dat het bedrijfsleven ‘Virtuele Haven’ wel juichend zal omhelzen en trappelend van ongeduld en reikhalzend uitziet naar nader nieuws, laat projectleider Van Raalte eerst een lichte zucht horen. Dan zegt ze: ‘De havenwereld is altijd afwachtend, vrij behoudend. En zou men wellicht de neiging hebben om te juichen, dan houdt men zich toch nog in. Mijn ervaring is dat men zich met name in de transportwereld eerder afvraagt wat iets vandaag oplevert dan wat er morgen van te verwachten valt. Ze hebben vaak niet de (financiele) middelen om te investeren in onderzoek naar nieuwe ontwikkelingen. Men is veelal geneigd om te zeggen dat het nu goed gaat – dus waarom zouden ze nu ineens op een hogesnelheidslijn moeten overstappen? Het inzicht dat je bíj moet blijven ontstaat heel langzaam. De transportwereld is zeker nooit de voorloper bij technologische ontwikkelingen. De voldoening is des te groter als je merkt dat vernieuwende ideeen aanslaan, daarom is het een heel aangename omgeving en sector om in en voor te werken...’

bovenkant pagina


 
  Home | HvR | Projectmanagement | Consultancy | Publicaties | Lidmaatschap | Reageer | Links